De geschiedenis van Jansen-Noy gaat terug tot 1933. In dat jaar huurde de Amsterdamse heer Jansen (de grootvader van de huidige meneer Jansen) een winkelpand aan de Kerkstraat te Sevenum. Hij nam, samen met zijn echtgenote, de daarin gevestigde kruideniers- en textielwarenwinkel over. De eerste Sevenumse jaren waren erg moeilijk. Het was crisistijd, en daarnaast was het als Hollanders bijzonder moeilijk om een vaste klantenkring op de bouwen. Maar het echtpaar Jansen-Noy hield vol, maakte reclame, deed bijzondere aanbiedingen en zo begonnen de zaken toch te lopen.
Twaalf jaar later, in 1945, droeg dhr. Jansen de zaak over aan zijn zoon Piet, die met Jeanne den Mulder getrouwd was. Zij besloten in 1954 om de kruidenierswaren af te stoten en alleen met textiel door te gaan. In feite werd toen de basis gelegd voor wat Jansen-Noy nu is. In 1956 vond de eerste uitbreiding van de zaak plaats. Met de 40m2 die erbij kwam werd het verkoopoppervlak verdubbeld. In de loop der jaren volgde een reeks van verbouwingen en uitbreidingen om de zaak steeds aan te passen aan de eisen van de tijd en de klanten.
In 1971 kwamen Joop Jansen en zijn vrouw Riet in de zaak. Zij gingen adverteren in de omliggende plaatsen Maasbree, Grubbenvorst, Horst enz. Vooral met jeans en ribbroeken, die toen erg populair waren. Zo zorgden zij ervoor dat Jansen-Noy bekend werd in de naaste omgeving. In 1973 begonnen ze met de echte ‘grootconfectie’: mantels en pakjes voor dames, en kostuums en colberts voor heren. Ondertussen bleef de klantenkring zich maar uitbreiden.
Na steeds weer verbouwen kwam de zaak op het huidige niveau van 2500m2. Op dit moment staat er wederom een uitbreiding op de planning; binnen nu en drie jaar zal de winkel met 1500m2 vergroot worden. Verder is sinds vier jaar dochter Fieke in de zaak gekomen, samen met haar partner Berend. Zij zullen in de toekomst samen Jansen-Noy voortzetten.






