Historie

Een nieuw hoofdstuk

Met de grootste verbouwing ooit breekt een nieuw, veelbelovend hoofdstuk aan in de ruim tachtigjarige geschiedenis van familiebedrijf Jansen-Noy. We blikken terug én vooruit met Riet en Joop Jansen, dochter Fieke en haar man Berend.

Joop en Riet kunnen een boek vol schrijven over al de jaren dat zij aan het roer stonden. Alleen de verbouwingen al. Joops vader Piet was niet bang voor een klus meer of minder. Joop: “We hebben vaak verbouwd. Mijn vader was de perfecte bouwopzichter.” Riet bladert door een oud plakboek: “Hier, we hebben zijn planningbriefjes nog bewaard. Ze klopten op het uur.” De recente verbouwing kostte heel wat voorbereiding maar was volgens de familie de enige juiste stap.

Joop: “Als weidewinkel moet je een breed assortiment hebben en voldoende oppervlakte voor optimale service, waaronder parkeren voor de deur.” Riet: “En om de winkel sfeervol en aantrekkelijk te houden, heb je die ruimte gewoon nodig. Om de collecties mooi te presenteren, maar ook om een aangename winkelervaring te kunnen bieden.”

En dan nu, na jaren van voorbereiding, is de grootste verbouwing in de geschiedenis van Jansen-Noy een feit. De hele familie is het erover eens: verbouwen is leuk en noodzakelijk, maar uiteindelijk zijn ze blij dat er nu weer tijd is voor de klanten, de inkoop, de winkel, de details. Kortom, alles wat hun vak zo mooi maakt.

Fieke: “Ja, ik heb dat echt gemist. Daarom ben ik heel blij dat we na zo’n intensieve periode weer meer tijd hebben voor de winkelvloer.” Berend knikt, ook hij heeft weer zin om meer op de vloer te staan, tussen de klanten en de fashion guides.

“Zijn planningbriefjes klopten op het uur.”

Het verhaal van Jansen-Noy begint in 1933 als de opa van Joop Jansen een kruidenierswinkel met textiel opent aan de Kerkstraat in Sevenum. De eerste stap is gezet en de rest is, zoals dat heet, geschiedenis… Er veranderde veel en toch ook niet. De winkel werd groter, moderner en veelzijdiger, maar de gastvrijheid, de kwaliteit en het contact met de klant bleven hetzelfde. Joop: “Mijn ouders hadden alleen textiel op de rol, maar toen steeds meer klanten vroegen om een rok die al klaar was, zijn we begonnen met confectie.

Luisteren naar de klant, dat deden we toen en dat doen we nog.” Tegen alle tradities in, begonnen de Jansens begin jaren zeventig jeans te verkopen, wederom omdat de klant ernaar vroeg. Riet: “Spijker werd gezien als werkkleding, traditionele confectiezaken verkochten dat niet. Maar er was vraag naar en in Amsterdam en Parijs zagen we jongeren lopen in jeansjurken en broeken.” Lachend: “Joops vader verklaarde ons voor gek, maar we zijn het toch gaan inkopen. En met succes!”

“Op de vloer is het kermis.”

Berend komt net als zijn schoonmoeder Riet en Joops moeder uit het onderwijs. Zijn er-varing als leraar met bijbehorende coachingskwaliteiten zet hij nu bedrijfsmatig in. Berend: “Ik hou ervan om tussen de mensen te staan en ze te motiveren. Met zo’n honderd medewerkers is er veel kennis aanwezig in dit bedrijf. We proberen het beste in iedereen naar boven te halen. Als dat lukt, is dat geweldig.”

Als Jansen-Noy, naast service en kwaliteit, ergens in geïnvesteerd heeft in al die jaren, zijn het wel de mensen. Riet kan het niet genoeg benadrukken: “Persoonlijk contact is heel belangrijk. Als ik één advies aan Fieke en Berend zou mogen geven: behoud de warmte en de gezelligheid, de gastvrijheid. Dat is waar Jansen-Noy voor staat.” Joop: “En blijf luisteren naar de klant! Mijn vader zei het al: op de vloer is het kermis.”


  • Opening jaren 50
  • Pand 1964
  • Senior
  • 1964
  • Fournituren winkel